Marktwaarde en matching voor verzekerde pensioencontracten

 

In deze notitie gaan wij in op het onderwerp ‘matching’ van de beleggingen aan de verplichtingen specifiek voor rechtstreeks verzekerde pensioenregelingen met een gesepareerd beleggingsdepot. Eerst wordt kort ingegaan op het Financieel Toetsingskader waardoor matching nu zo’n veelbesproken onderwerp is. Hierbij worden enkele (balans)voorbeelden gegevens uitgaande van een pensioenfondssituatie, waarbij de noodzaak tot matching direct zichtbaar wordt. Vervolgens wordt ingegaan op matching bij rechtstreeks verzekerde pensioenregelingen, waarbij tevens de belangrijkste voor- en nadelen en aandachtspunten worden opgesomd. Ook in deze notitie schenken wij nog kort aandacht aan de diverse mogelijkheden om tot een goed gematchte portefeuille te komen, en tot slot mag een “risico versus rendement paragraaf” niet ontbreken.


1. Het Financieel Toetsingskader voor pensioenfondsen
Met de inwerkingtreding van het Financieel Toetsingskader (FTK) per 1 januari 2007 zijn pensioenfondsen verplicht om niet alleen de beleggingen op marktwaarde te waarderen maar ook de verplichtingen. Daar waar voorheen alle nominale pensioenaanspraken werden gewaardeerd tegen een vaste rekenrente van 4% moeten de verplichtingen onder het FTK worden gewaardeerd op basis van de zogeheten ‘rentetermijnstructuur’ (zie bijlage 1). In het kort komt het er op neer dat alle toekomstige pensioenuitkeringen moeten worden verdisconteerd tegen de daarbij behorende marktrentevoet. Het gevolg van deze overgang naar volledige marktwaardering is dat de risico’s weliswaar ongewijzigd blijven maar dat de effecten expliciet naar voren komen in de balans. Het volgende simpele voorbeeld laat dit zien.

 

De dekkingsgraad bedraagt in dit geval 118%. Onder het FTK moeten de verplichtingen op marktwaarde worden gewaardeerd. Op basis van de rentetermijnstructuur per 31 december 2010 ziet de FTK-balans er dan bij benadering als volgt uit.
 

 

De dekkingsgraad onder het nieuwe FTK bedraagt nog maar 106%.

De conclusie is simpel: de waarde van de pensioenverplichtingen is afhankelijk van de marktrente. Hoe lager de marktrente hoe hoger de verplichtingen. Andersom geldt uiteraard hoe hoger de marktrente hoe lager de verplichtingen. Het onderstaande voorbeeld laat deze rentegevoeligheid goed zien. In dit voorbeeld gaan wij er van uit dat de duration van de obligatieportefeuille 5 bedraagt en die van de verplichtingen 20. Aandelen zijn ongevoelig voor renteveranderingen verondersteld.
 

Wilt u het gehele artikel van 9 pagina's ontvangen, stuurt u dan een mail met uw gegevens naar Jeroen Tuijp.

 

Voeg eerste reactie toe

Reageer als eerste

Breng mij op de hoogte van reactie's

Voer onderstaande Captcha-code in:


« terug

                            
Zoek binnen de site